|
Sent: Thursday, June 27, 2002 9:13 PM
Subject: Nederlands,Surinaams,Afrikaans slavernijverleden
Verdeeldheid
afro – Surinamers maakt 1 juli tot rouwdag
Door : Ludwich van Mulier
“Zwart (Afrikaans) bewustzijn”
is nieuw en rekbaar in de Surinaamse constellatie. Veel verwarring
en onbegrip is er over het slavernijverleden van afro –Surinamers.
Bepaalde Afrikanen zien neer op de nazaten van ontheemde slaven
van weleer (Caribische eilanden en de Guyana’s), en vinden hun claim
op afrikaanse identiteit misplaatst. Surinaams nationalisme heeft
moeite met de positiebepaling t.o.v. Afrika. Sommige Surinamers
verwijten de Afrikanen medeplichtigheid aan slavenhandel en slavernijpraktijken.
Wat een eenduidige onthulling van een slavernij – monument zou moeten
zijn, in het kader van Nederlands Slavernijverleden, is het
startsein voor een ideeënstrijd in het bewustwordingsproces
van afro –Surinamers geworden. Het schaamteloze gevecht om de subsidies
door afro –Surinamers onderling, werpt een schaduw over de bevrijdende
viering van 1 juli-emancipatiedag. De “ bakra” lijkt
in bepaalde opzichten nog steeds dezelfde baas van weleer gebleven,
met dezelfde onderdanen. Afro –Surinamers hebben niet meer de regie
over hun eigen historie en feestdag.
Afwijkende visies
Op 1 juli herdenkt Suriname (de Surinamers) de afschaffing
van de slavernij in 1863. Elk jaar weer kan men de balans
opmaken van hetgeen de Afro – Surinamers , nazaten van ex – slaven
- als bevolkingscategorie bereikt hebben. Reeds enkele jaren
wordt de aandacht van deze interne evaluatie afgeleid door een door
de Nederlandse regering gekoesterd thema : “Nederlands slavernijverleden”.
Zonder na te denken en zonder wetenschappelijk fundament, schaarden
beplaalde Afro-Surinamers zich onvoorwaardelijk achter deze
leus. Waarvoor gevreesd werd geschiedde dan ook prompt. Uit de Surinaamse
gemeenschap namen enkelen het initiatief een andere invalshoek op
dezelfde geschiedenis te kiezen n.l.: “Surinaams slavernijverleden”.
In de verschillende Nederlandse steden ontpopten zich , door gebrek
aan communicatie en discussie, de nazaten van veldslaven, huisslaven,
Basja’s, vrije slaven. Elk van deze groepen houdt er een andere
visie op na als het over het slavernijverleden gaat. In de literatuur
worden de verschillende visies goed weerspiegeld Cynthia Mac Leod
probeert een brug te slaan tussen Nederlands en Surinaams slavernijverleden
en maakt van de slavernij een avontuurlijke romantische gebeurtenis.
In Amsterdam is de verwarring over het slavernijverleden van de
Surinamers het beste zichtbaar. Surinamers zijn immers nazaten van
inheemsen, slavenhouders, slaven, kolonisten en immigranten die
zich onderling vermengd hebben. President Venetiaan neemt in het
bewustordingsproces van de Afro –Surinamers een eigen plaats in
als ideoloog. Hij nam een wijs besluit ondanks een ontvangen uitnodiging
niet aanwezig te zijn bij de onthulling van een monument in het
kader van het Nederlands slavernijverleden te Amsterdam. Sinds de
nederlandse regering zich bezighoudt met het slavernij verleden
zijn de onderwerpen “Neger”, “Slavernij”en Afrika (roots)
weer actueel in de Afro-Surinaamse gemeenschap. Eindeloze discussies
over de herkomst van het woord Neger, met al zijn bij – betekenissen
en de plaats van Afrika in het Surinaamse slavernijverleden scheppen
een beeld van een Babylonische spraakverwarring. Men is er
nog lang niet uit. Triest maar waar!! Het cultureel en politiek
bewustzijn van de Afro – Surinamers is teleurstellend laag en van
groepscohesie is er nauwelijks sprake om over erkend leiderschap
in eigen kring maar te zwijgen.. Het wordt tijd dat de Afro – Surinamer
weer de regie over zijn eigen geschiedenis overneemt van de neo-koloniale
statusquo en zelf de agenda bepaalt en de prioriteiten van aanpak
aangeeft.
De Afro – Surinamer is zelf het levende monument
In Nederland heeft de negroide (Afro-) Nederlander weinig aanzien.
Als cultuurgroep wordt de afro-Surinaamse Nederlander niet erkend.
Het z.g. “Pim Fortuyn effect” heeft het denigrerend praten over
andere cultuurgroepen dan de blauwogige blanke cultuurgroep gestimuleerd.
Maar in de wetenschap was het verschijnsel reeds lang -
vanaf de zeventiger jaren - manifest. Discriminatoire generalisaties
van wetenschappers als Bovenkerk, Emmer, Entzinger, Fortuyn,
etc. zijn nooit effectief beantwoord. Zij schreven lappen tekst
over het vol zijn van Nederland, Nederland wel- of geen immigratieland,
het verband tussen criminaliteit en allochtonen, en over Afrikanen
die er ook slaven op na hielden. Zwarte wetenschappers bleken broodvrees
te hebben, bleven een antwoord schuldig en hielden zich oost Indisch
doof. Een selecte kleine groep Afro – wetenschappers, is sinds
de tweede helft van de vorige eeuw bezig met dezelfde achterhaalde
onderwerpen, die geen zoden aan de dijk zetten. Als algen in een
aquarium bevuilen zij de organisatievormen en ontmoedigen jongeren
met hun pseudo wetenschappelijke dooddoeners. De wetenschappelijk
beschrijving van het Sranantongo ligt nagenoeg stil. Onderzoek
rondom de winti religie enkele uitzonderingen ( Wooding, Pakosi,
Dap, Stephen) daargelaten, vindt nauwelijks plaats. De Winti-
religie en alternatieve geneeskunde is nog steeds niet erkend.
Volkshelden uit de Afro – Surinaamse hoek, worden achteloos
weggehoond door de eigen cultuurgroep. Het lot van Anthony Nesty,
de Afro Surinaamse wereld kampioenen in de gevechtssport in
Nederland spreekt boekdelen. De Afro – Surinamers in de verschillende
topsporten verloochenen hun afkomst. Clarence Seedorf is in dit
opzicht een bewonderenswaardige uitzondering.
Het personenverkeer tussen Suriname en Nederland
is een voorbeeld van moderne slavernij. De Surinamers betalen de
duurste luchtvaarttarieven ter wereld, terwijl zij tot de allerarmsten
in Nederland behoren. De beste door afro-Surinamers gerunde lokale
radio en TV omroepen lopen op hun tandvlees en zijn noodlijdend.
Onafhankelijke – Surinaamse bedrijven
krijgen geen overheidssteun in Nederland. Er is niets respectabels
waaraan Afro – Surinamers zich kunnen optrekken. De zwarte woordvoerders
en opinieleiders schijnen genoegen te nemen met een plaatsje naast
de burgemeester, minister, en/of Koningin. Kortom we zijn en worden
belazerd door een handvol pajongwaaiers die namens ons de Nederlandse
overheid adviseren. Het is tijd voor een grote schoonmaak. Opdat
nieuwe winden kunnen waaien. Als we op 1 juli de balans opmaken,
moeten we helaas constateren dat er weinig bereikt is m.b.t. de
identiteitsbeleving van de Afro- Surinamer als cultuurgroep zowel
in Nederland als in Suriname. In Suriname zitten de gevangenissen
vol jonge Afro – Surinamers in de productieve leeftijdsklassen.
Er is nog hoop !! Gelukkig laat niet iedereen zich zand in de ogen
strooien door een monument en uiterlijk vertoon. De inhoudelijke
discussie over nieuwe vormen van Slavernij in Nederland en Suriname
is pas begonnen. Afro –Surinamers zullen duidelijker en meer
aandeel eisen in de TV- productie- en communicatiesector.
Het ondernemerschap dient te worden gevitaliseerd. Een gezonde Afro
–Surinamer, met frisse ideeën, met een interculturele opstelling,
met een goede baan, een eigen huis (koopwoning), met als hobby sport
en lezen, met respect voor zijn voorouders en met een
keurig gezin is het beste monument dat men kan bedenken. Dit monument
is tenminste iets waar wij allen aan kunnen werken.
Aan alle Surinamers een strijdbaar 1 juli
toegewenst. Laat je niet misleiden of omkopen. De ons toegebrachte
schade in het Slavernijverleden zal moeten worden vergoed. Onze
daadwerkelijke positie in de Nederlandse en Surinaamse samenleving
is het enige bewijs of wij het Nederlands/Surinaams/Afrikaans
slavernijverleden hebben overwonnen en achter ons kunnen laten.
Ludwich van Mulier , Nijmegen, 27 juni 2002.
|